Common Ground richting volwassenheid: wie neemt nu eindelijk de regie? 

De Common Ground beweging heeft de afgelopen jaren zichtbaar resultaat geboekt. De eerste componenten draaien in productie, gemeenten omarmen de bouwblokken en de pioniersfase heeft veel energie gecreëerd. Maar juist omdat we verder zijn dan de beginfase, komen we nu in een stadium dat minder sexy is, maar minstens zo belangrijk: structureel onderhoud, beheer en eigenaarschap. En precies daar schuurt het. 

Open source zonder eigenaar: een recept voor problemen 

Open source is een krachtig principe. Iedereen kan bijdragen, hergebruiken en doorontwikkelen. Maar als niemand formeel verantwoordelijk is voor beheer en levensduur, ontstaat een vacuüm. En in dat vacuüm zitten we nu. Door het nu goed neer te zetten borgen we ook dat toekomstige componenten hier last van gaan krijgen. 

Open Formulieren is hier een goed voorbeeld van. Al best veel gemeenten gebruiken het, maar structureel beheer is nergens belegd. De enige partij die momenteel verantwoordelijkheid voelt, zo lijkt het, is de oorspronkelijke bouwer: Maykin Media. Zij reserveren geld en capaciteit van hun eigen klanten om het product gezond te houden, terwijl anderen het vrij kunnen gebruiken zonder bij te dragen. Dat is niet houdbaar, niet eerlijk en vooral passend bij het idee van Open Source. 

Het voorstel van Maykin Media: noodzakelijk, maar ook een wakeupcall 

Tijdens een recent webinar deed Maykin Media een voorstel: zij willen structureel broncodebeheer, onderhoud en community coördinatie organiseren voor Open Formulieren. Prijskaartje: €325.000 per jaar, gedragen door alle gebruikers. Het merendeel van de deelnemers, inclusief vertegenwoordigers van het programma Common Ground, reageerde enthousiast. En begrijpelijk: eindelijk iemand die het probleem durft te adresseren en een oplossing biedt! 

Maar laten we eerlijk zijn: dit enthousiasme mag niet de kritische vragen overslaan. De goede intenties van Maykin Media staan niet ter discussie, maar de governance wél. Ik geloof oprecht in de transparantie en openheid van Maykin Media. Zij doen dit omdat niemand anders het oppakt en willen kwaliteit bieden. Zij willen voorkomen dat een cruciaal Common Groundcomponent omvalt. Ze doen het, zo heb ik inmiddels begrepen, zelfs op verzoek van enkele gemeenten. 

Maar dat betekent niet dat het voorstel automatisch klopt en dat dit klakkeloos geaccepteerd moet worden. 

Want laten we de feiten eens op een rij zetten: 

  • Maykin Media is al betaald voor de oorspronkelijke ontwikkelwerkzaamheden. 
  • De kennis en macht liggen bij één leverancier. 
  • Er is geen objectieve toetsing van het bedrag voor onderhoud. 
  • Er zijn geen afspraken over deliverables, kwaliteitscriteria of toezicht. 
  • En het lijkt veel op een licentiemodel, maar dan zonder de ‘checks and balances’ die we bij commerciële licenties eisen. 

Als een ‘willekeurige’ andere leverancier dit zou voorstellen, zouden we dat dan zo maar accepteren?. Maar nu knikken we vriendelijk, omdat “open source” vaak als magisch schild wordt gebruikt om kritische reflectie te omzeilen. Dat is niet verantwoord omgaan met publiek geld. 

Het echte probleem: een gebrek aan regie 

De vraag is niet: mag Maykin Media dit doen? De vraag is: waarom pakt een leverancier deze rol? 

Het programma Common Ground was aanwezig bij het webinar. Maar in plaats van regie te nemen, werd vooral instemmend geknikt. Terwijl juist zij de partij zouden kunnen zijn die governance, eigenaarschap en financiering voor opensourcebouwblokken organiseert. Als het programma dat níét doet, dan is er iets structureel mis. 

Gemeenten mogen niet afhankelijk worden van toevallige leveranciersinitiatieven, hoe sympathiek of transparant die ook zijn. Publieke ICT vraagt om publieke regie. En ja, dat is nieuw en moet nog worden uitgevonden. Maar dat is geen reden om niet kritisch te zijn en klakkeloos mee te gaan in een voorstel van een leverancier. 

Er zijn misschien wel betere alternatieven. 

Er zijn partijen die deze rol ook prima zouden kunnen vervullen: Dimpact, Delta10 of een onafhankelijk beheerorgaan. Juist partijen die níét betrokken waren bij de oorspronkelijke bouw, kunnen het product met frisse blik en objectiviteit beheren. 

Kunnen we deze opties verkennen? Kan hiervoor een marktopdracht (aanbesteding) worden uitgeschreven? Laten we hierover tenminste in gesprek gaan! 

Het risico is duidelijk: we moeten uitkijken dat we niet onbewust in een model stappen waarin één leverancier bepalend wordt voor een opensourceproduct dat door tientallen gemeenten wordt gebruikt. En zodra dat gebeurt, zijn we precies waar we níét wilden eindigen toen Common Ground werd bedacht. 

En laat ik duidelijk zijn over het voorstel van Maykin Media. Ik zie hun voorstel als oprecht, open en goed bedoeld. Zij proberen een probleem op te lossen dat veel andere partijen simpelweg laten liggen. Maar juist daarom is dit zo’n belangrijk moment in de het pad naar een volwassen common ground community. Dit is niet het moment om instemmend te knikken, maar om kritisch te zijn en regie te pakken.  

Met deze blog wil ik nogmaals geen kritiek leveren op Maykin Media, maar constateren dat het programma Common Ground nu echt in actie moet komen. We hebben een eerlijk, transparant en professioneel model nodig voor beheer en onderhoud en structurele financiering van essentiële opensourcecomponenten.  

Zonder dat blijven we afhankelijk van ad-hoc oplossingen, toevallige leverancier, en goedbedoelde noodverbanden. En dan belanden we uiteindelijk niet in de toekomst die Common Ground ons beloofde, maar in een nieuw soort afhankelijkheidssituatie, eentje die we nu met open ogen laten ontstaan. 

Reactie Maykin Media
Omdat ik deze blog heb geschreven op basis van een sessie bij Maykin Media heb ik aan Maykin Media gevraagd of ze vooraf willen reageren op mijn blog zodat we een compleet beeld kunnen geven. In overleg hieronder hun reactie:

Wij herkennen het punt dat Common Ground volwassen wordt en dat daar óók “minder sexy”, maar cruciale onderwerpen bij horen: structureel beheer, eigenaarschap en governance. De discussie daarover voeren is goed (al 8 jaar) maar we moeten niet verlamd worden door stilstand. 

Wij zijn het er volledig mee eens dat publieke regie op dit soort essentiële open source bouwblokken nodig is. Ons voorstel voor broncodebeheer is nadrukkelijk bedoeld als een professionele en transparante invulling van onderhoud en continuïteit. Wij geven invulling aan een stukje dat nodig is om verder te komen in Common Ground en een open source ICT-landschap, waarmee we zekerheid en vertrouwen geven aan gebruikers en verantwoordelijkheid nemen voor de open source software van onze hand, zoals Open Formulieren en Open Zaak. 

Met veel liefde en passie realiseren en investeren we in open source software bouwblokken, en dit model maakt inzichtelijk wat op de achtergrond al plaatsvindt. We houden in ons model – wat nog altijd vrijwillig is – rekening met een toekomst waarin die publieke regie er komt. Ook organiseren we de community, waaronder het broncodebeheer, zodanig dat er naast een product owner van Maykin, ook een product owner vanuit de overheid/gemeentelijke samenwerking meedraait. Dat helpt om kritisch te blijven, keuzes te toetsen en ons scherp te houden op het publieke belang. 

Wij zien dit moment als een kans om samen een duurzaam model neer te zetten: open, controleerbaar en toekomstbestendig. We zijn voortdurend in gesprek hierover met koplopers, het programma Common Ground, Foundation For Public Code en andere betrokken partijen. 

Deel dit bericht:

Facebook
LinkedIn

Dit bericht heeft één reactie

  1. Common Ground zit niet zomaar in een volgende fase, het zit op een kantelpunt. Dit is het moment waarop een cruciale knoop moet worden doorgehakt over eigenaarschap, governance en verantwoordelijkheid. Dat vraagt meer dan een goed gesprek of instemmend knikken; het vraagt helderheid, keuzes en mandaat. En daarmee meteen de ongemakkelijke vraag: wie gaat hier eigenlijk over?

    In het artikel wordt veel gesproken over “we”, maar dat “we” schuift voortdurend van betekenis. Soms zijn het gemeenten, soms het programma Common Ground, soms de open-sourcegemeenschap, soms de publieke sector als geheel. Die rollen worden door elkaar gebruikt, terwijl ze fundamenteel verschillen in verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Juist dat maakt het betoog eendimensionaal. Want zolang niet duidelijk is wie vanuit welke positie spreekt, lijkt het alsof één vorm van regie vanzelfsprekend is — terwijl dat een expliciete keuze zou moeten zijn.

    Ook worden open source, publieke financiering en publieke regie sterk aan elkaar gekoppeld. Dat is geen automatisme. Software die met belastinggeld is ontwikkeld, is niet exclusief voor overheidsgebruik. Hergebruik door maatschappelijke organisaties, zorginstellingen, woningcorporaties en ja, ook commerciële partijen, is onderdeel van de publieke waarde. Een overheid-centrisch governance-model schuurt daar al snel mee: gebruik is vrij, maar invloed en zeggenschap niet. Dat is geen moreel oordeel, maar een constatering die expliciet gemaakt moet worden.

    Het onderhoudsvraagstuk laat dat scherp zien. Dat er partijen zijn die betalen en partijen die alleen gebruiken, is geen fout in het systeem, maar een bekend kenmerk van open source. De vraag is niet hoe we dat moreel rechtzetten, maar hoe we continuïteit organiseren zonder het open karakter te ondergraven. In dat licht is het belangrijk om te benoemen dat Maykin Media dit niet hoeft te doen. Zij zijn niet verplicht om structureel onderhoud, coördinatie of community-organisatie op zich te nemen. Dat zij dit wél proberen te organiseren, laat vooral zien dat er elders geen duidelijke verantwoordelijkheid is genomen.

    Daarmee komen we ook bij de licentievraag. Als de overheid gebruik, invloed of richting wil beperken tot een bestuurlijk domein, dan schuurt dat met het idee van vrij hergebruik van publiek gefinancierde software. Dan moet je eerlijk zijn en je afvragen of een open licentie zoals de EUPL nog wel past — en of dat niet botst met de waarde ‘Public Money, Public Code’ die we jarenlang hebben uitgedragen. Tegelijk is dit geen vrijblijvende keuze: uit de licentie van Open Formulieren blijkt dat het auteursrecht bij meerdere partijen ligt — Dimpact, verschillende gemeenten, Maykin en SED Organisatie. Een licentiewijziging vereist juridisch gezien unanieme instemming – in dit geval van overheden én een commerciële partij. Dat onderstreept nogmaals hoe weinig vanzelfsprekend “publieke regie” hier is.

    Misschien is dát de kernvraag die nu echt beantwoord moet worden:
    wie neemt hier het besluit over eigenaarschap, governance en richting — namens wie, met welk mandaat, en met welke ruimte voor anderen om het anders te organiseren?
    En als die ruimte er in de praktijk niet is, was het project dan ooit zo open bedoeld, of vraagt dat eerlijkheid over andere keuzes?

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.