Skip links
← Ga terug

Vooruit denken is vooruit doen

Het contract van een belangrijk systeem loopt binnenkort af. De leverancier kondigt aan dat de ondersteuning stopt en de organisatie start haastig een aanbesteding. De centrale vraag wordt al snel: welk systeem komt hiervoor in de plaats? Terwijl de belangrijkere vraag nog niet is beantwoord: welk informatielandschap willen we eigenlijk bouwen?
Die situatie herken ik bij veel organisaties. Het applicatielandschap is in de loop der jaren uitgegroeid tot een complex geheel van zaaksystemen, vakapplicaties en talloze koppelingen waarvan het totaaloverzicht vaak ontbreekt. Tegelijkertijd verouderen systemen, verandert wet- en regelgeving, verandert het personeelsbestand en groeit de vraag naar betere dienstverlening.

De reflex die volgt is begrijpelijk: we vervangen wat niet meer voldoet. Een nieuwe aanbesteding, een nieuw systeem en een nieuw project. Maar wie alleen technisch vervangt, bouwt vaak dezelfde afhankelijkheden, kosten en kwetsbaarheden opnieuw op. Denk aan een zaaksysteem waarin processen, documenten, gegevens en koppelingen zo sterk met elkaar zijn verweven dat de vervanging van één component gevolgen heeft voor tientallen werkprocessen. Het systeem is dan moderner, maar het landschap niet werkelijk toekomstbestendiger.

Daarom moet aan iedere vervanging een bestuurlijke keuze voorafgaan: hoe willen we dat ons informatielandschap er over enkele jaren uitziet? Architectuur is daarbij geen technisch detail, maar een richtinggevend besluit. Het gaat om de vraag welke dienstverlening de organisatie wil bieden, welke informatie en gegevens daarvoor nodig zijn, welke principes leidend zijn en welke systemen niet meer passen in het gewenste landschap.

Ook contractlooptijden verdienen daarin een centrale plaats. Nu worden keuzes nog te vaak onder tijdsdruk gemaakt, omdat een bestaand contract afloopt. Juist de einddata moeten worden benut als bestuurlijke mijlpalen in een meerjarige vervangingskalender. Door contractmomenten te verbinden aan architectuurprincipes en strategische prioriteiten ontstaat ruimte om gericht en gefaseerd naar het toekomstbeeld toe te werken.

Voorafgaand aan een vervanging moeten daarom vier fundamentele vragen worden gesteld:

  • Welke dienstverlening willen we over enkele jaren kunnen bieden?
  • Welke informatie en gegevens zijn daarvoor nodig?
  • Welke architectuurprincipes zijn leidend?
  • Welke contractmomenten bieden ruimte om gefaseerd naar het gewenste landschap toe te werken?

Deze aanpak maakt het mogelijk om uitgangspunten zoals een sterkere positie van informatiebeheer, Common Ground en datasoevereiniteit concreet te vertalen. Niet als los concept, maar als onderdeel van een samenhangend toekomstbeeld waarin duidelijk is waar gegevens worden beheerd en welke componenten daarvoor nodig zijn.
Zo verschuift applicatievervanging van een reeks losse, urgente projecten naar een gestuurd veranderportfolio. Samenhang, fasering, risico’s en investeringen worden vooraf gewogen, in plaats van pas wanneer een contract afloopt of een systeem niet meer wordt ondersteund.

De toekomst begint niet bij de volgende systeemvervanging, maar bij een samenhangend toekomstbeeld. Door daar vandaag naar te handelen, wordt vooruitdenken ook werkelijk vooruit doen.

This website uses cookies to improve your web experience.